Grafieken zijn bedoeld om cijfers makkelijker te begrijpen. In één oogopslag zie je of iets stijgt, daalt of ongeveer gelijk blijft.
Alleen gaat het er ook om hoe de cijfers in de grafiek worden gezet. Want dezelfde cijfers kunnen er in twee grafieken totaal anders uitzien. Een kleine stijging kan spectaculair lijken als de verticale as op het juiste punt begint. Een flinke daling kan bijna verdwijnen door de schaal aan te passen. En met een slim gekozen periode kun je van een dalende lijn ineens een stijgende maken.
Een grafiek liegt niet vanzelf. Maar de manier waarop cijfers in beeld worden gebracht, bepaalt sterk wat je erin ziet.
Voorbeeld
Een bedrijf verkoopt in januari 100 producten en in februari 105.
Dat is een stijging van 5 procent.
Maak je een grafiek met een verticale as die bij nul begint, dan zie je twee balken die bijna even hoog zijn. Logisch: 105 is maar iets meer dan 100.
Maar laat je de verticale as beginnen bij 98, dan verandert het beeld. De balk van februari kan ineens vele malen hoger lijken dan die van januari.
De cijfers zijn nog steeds 100 en 105. Er is niets aan de data veranderd.
Alleen het beeld in de grafiek ziet er anders uit. .
Dat is meteen een van de belangrijkste dingen om op te letten in een grafiek: waar begint de as.
Kijk eerst naar de assen, pas daarna naar de lijn
Onze ogen zijn heel goed in het herkennen van patronen. We zien een steile lijn en denken: flinke groei. We zien een scherpe knik en denken: hier gebeurde iets bijzonders.
Daarom loont het om eerst goed naar de cijfers bij de assen te kijken, en niet meteen naar de vorm van de grafiek.
Loopt de verticale as bijvoorbeeld van 0 tot 100? Van 90 tot 100? Of van 0 tot 10.000?Een lijn die van 92 naar 96 gaat, ziet er op een schaal van 90 tot 100 behoorlijk indrukwekkend uit. Op een schaal van 0 tot 100 is dezelfde beweging veel kleiner.
Geen van beide grafieken hoeft fout te zijn, als je maar begrijpt waar je naar kijkt. Een ingezoomde schaal kan juist heel handig zijn als je kleine verschillen wilt bestuderen.

Het begin en eindpunt van een grafiek bepalen het verhaal dat de grafiek vertelt
Naast de schaal van de grafiek, zijn ook het begin-en eindpunt van de grafiek zijn belangrijk om te bekijken.
Stel dat de omzet van een bedrijf de afgelopen vijf jaar sterk is gegroeid, maar het laatste halfjaar iets is gedaald.
Laat je alleen die laatste zes maanden zien, dan lijkt het alsof het slecht gaat.
Laat je vijf jaar zien, dan zie je vooral groei.
Beide grafieken kunnen exact dezelfde cijfers gebruiken, alleen toch een ander beeld geven..
Check daarom altijd: wat zie ik op de as, en waarom begint de grafiek hier?
Percentages kunnen verschillen groter laten lijken
“Het risico is met 50 procent gestegen.”
Dat klinkt als een grote stijging.
Maar stel dat het risico eerst 2 patienten op de 10.000 was en daarna 3 patienten op de 10.000. De stijging is inderdaad 50 procent, maar in absolute aantallen gaat het om één extra geval per 10.000.
Het percentage is niet verkeerd. Het vertelt alleen niet het hele verhaal.
Bij percentages is het daarom bijna altijd interessant om te zoeken naar de aantallen erachter.
50 procent van wat?
Hetzelfde geldt voor grafieken. Een spectaculaire procentuele stijging kan over heel kleine aantallen gaan. Andersom kan een klein percentage bij miljoenen mensen of euro’s juist een enorm verschil betekenen.
Gemiddelden kunnen verbergen wat er echt gebeurt
Stel dat een grafiek laat zien dat het gemiddelde salaris binnen een bedrijf met 8 procent is gestegen.
Dat klinkt alsof werknemers er behoorlijk op vooruit zijn gegaan.
Maar misschien zijn de salarissen van honderd medewerkers helemaal niet veranderd en heeft het bedrijf drie nieuwe, zeer goed betaalde directeuren aangenomen. Het gemiddelde stijgt dan, terwijl vrijwel niemand meer is gaan verdienen.
De grafiek kan dus volledig correct zijn en toch een indruk wekken die niet overeenkomt met wat de meeste mensen ervaren.
Daarom is het belangrijk om te kijken wát er precies wordt gemeten.
Een gemiddelde? Een mediaan? Een totaal? Een percentage? Het aantal mensen?
Die woorden lijken misschien details, maar ze bepalen wat de grafiek daadwerkelijk vertelt.
En let op wat er níét in de grafiek staat
Misschien nog interessanter dan de cijfers die je ziet, zijn de cijfers die ontbreken.
Een grafiek kan bijvoorbeeld laten zien dat 80 procent van de klanten tevreden is.
Maar hoeveel klanten zijn gevraagd? Tien? Honderd? Tienduizend?
En wie hebben antwoord gegeven?
Als alleen de meest enthousiaste klanten aan het onderzoek deelnamen, zegt die 80 procent iets anders dan wanneer een representatieve groep klanten is ondervraagd.
Een grafiek geeft je meestal het eindresultaat. De kwaliteit van de gegevens erachter zie je niet.
Een strakke grafiek kan daarom een stuk overtuigender ogen dan de data eigenlijk verdient.
Wanneer probeert een grafiek je te misleiden?
Dat is lang niet altijd bewust.
Grafieken worden gemaakt door mensen die keuzes moeten maken. Welke periode laten we zien? Welke schaal gebruiken we? Welke cijfers vergelijken we? Welke categorieën nemen we mee?
Die keuzes beïnvloeden het beeld.
Soms is dat nodig om een grafiek leesbaar te maken. Soms wordt er bewust gekozen voor de presentatie die een bepaald verhaal het beste ondersteunt.
Je hoeft daarom niet iedere grafiek te wantrouwen. Maar het helpt wel om hem niet alleen te bekijken als plaatje.
Lees hem zoals je een tekst zou lezen.
Wat wordt hier precies beweerd? Welke cijfers ondersteunen dat? En had dezelfde data ook een ander beeld kunnen geven?
Een grafiek lezen in vijf vragen
Om een grafiek te lezen ,is het altijd goed dat je jezelf 5 vragen stelt:
- Wat wordt er eigenlijk gemeten? Een aantal, percentage, gemiddelde of iets anders?
- Waar beginnen en eindigen de assen? Is er ingezoomd?
- Welke periode zie ik? En wat gebeurt er als je verder terugkijkt?
- Hoe groot zijn de aantallen achter percentages en gemiddelden?
- Wat ontbreekt er? Welke informatie heb je nodig om het beeld goed te kunnen beoordelen?
FAQ
Kan een grafiek misleidend zijn terwijl de cijfers kloppen?
Ja. Door bijvoorbeeld de schaal, periode of selectie van gegevens kan een grafiek een veel sterker of juist zwakker effect suggereren dan de cijfers rechtvaardigen.
Moet de verticale as altijd bij nul beginnen?
Nee. Soms is inzoomen juist nuttig om kleine verschillen zichtbaar te maken. Het moet alleen duidelijk zijn dat de as niet bij nul begint. Bij staafdiagrammen is een afgekapt nulpunt extra gevoelig, omdat we de lengte van de balken met elkaar vergelijken.
Waar moet je als eerste naar kijken bij een grafiek?
Kijk naar wat er op de horizontale en verticale as staat en welke schaal wordt gebruikt. Daarna kun je de lijnen, balken of andere patronen beter beoordelen.
Waarom zijn percentages soms misleidend?
Een percentage vertelt alleen de verhouding. Zonder het oorspronkelijke aantal weet je niet hoe groot het verschil werkelijk is. Een stijging van 50 procent kan bijvoorbeeld een verandering van 2 naar 3 zijn.
Lees ook
Wat is een KPI? En wanneer zegt het iets?
