Je leest dat de gemiddelde huizenprijs €450.000 is. Of dat het gemiddelde salaris €4.000 per maand is.
Zo’n gemiddelde lijkt duidelijk. Maar het zegt soms minder dan je denkt.
Een voorbeeld
Vijf mensen verdienen per maand:
- €2.500
- €2.700
- €2.800
- €3.000
- €14.000
Samen verdienen ze €25.000. Deel dat door vijf en het gemiddelde salaris is €5.000.
Toch verdient niemand in deze groep €5.000. Vier van de vijf verdienen zelfs €3.000 of minder.
Dat komt door het salaris van €14.000. Dat trekt het gemiddelde omhoog.
Gemiddelde en mediaan
Bij dit soort cijfers is het handig om ook naar de mediaan te kijken.
Zet alle bedragen van laag naar hoog:
€2.500 – €2.700 – €2.800 – €3.000 – €14.000
Het middelste bedrag is €2.800. Dat is de mediaan.
In dit voorbeeld krijg je dus:
Gemiddelde: €5.000
Mediaan: €2.800
Het verschil is groot.
Dit zie je bijvoorbeeld bij huizenprijzen
Stel dat in een straat negen huizen rond de €400.000 kosten en één huis €1,5 miljoen.
Dat dure huis verhoogt de gemiddelde huizenprijs van de straat flink.
Als je wilt weten wat een huis in die straat ongeveer kost, heb je daarom niet genoeg aan alleen de gemiddelde prijs.
Hetzelfde kan gebeuren bij salarissen, vermogens, wachttijden en uitgaven.
Waar kun je op letten?
Als je een gemiddelde ziet, zijn twee vragen nuttig:
- Zitten er heel hoge of lage waarden tussen?
- Is ook de mediaan bekend?
Zijn de waarden redelijk gelijk verdeeld, dan kan het gemiddelde prima werken. Zijn er grote uitschieters, dan kan de mediaan extra informatie geven.
Samengevat
Een gemiddelde is niet fout. Maar het is ook niet automatisch het bedrag dat voor de meeste mensen geldt.
Zie je een gemiddelde waarbij grote uitschieters mogelijk zijn? Kijk dan ook naar de mediaan.
